Lekkere koffie

Tussen de kippen door loop ik over het erf met mijn dokterstas. Mw. Schoonhoven is 93 jaar en woont al sinds haar geboorte in dit huis. Een oude boerderij, waar mw. vroeger rondliep met haar in totaal 12 broers en zussen. Ik bedenk me hoe dit moet zijn geweest. De kinderen sliepen met 6 op één kamer. Ik denk aan mijn eigen drie kinderen met hun eigen kamers. Toch geeft mw. mij aan dat het wel gezellig was. Je had elkaar en de oudste kinderen zorgden voor de jongste kinderen, want pa was werken en ma was hele dagen bezig met de was en de zorg voor het eten voor al die mondjes.

De huisarts van mw. Schoonhoven heeft mij gevraagd eens te kijken naar haar cognitieve achteruitgang. De geriatrisch verpleegkundige is al bij haar langs geweest en heeft mw. in beeld gebracht. Ze is kwetsbaar. Mw. vraagt me of ik zin heb in koffie. Ik antwoord bevestigend en na enige minuten krijg ik een kop lauw water en een theezakje. Mw. heeft een prachtige glimlach en ik bedank haar hartelijk. Ze vertelt me haar verhaal dat indrukwekkend is. Ze heeft 1 dochtertje gekregen toen ze 28 jaar was. Haar man en mw. hadden de hoop al opgegeven, maar raakten toch zwanger. Het meisje overleed op haar 3e levensjaar aan een infectieziekte. “Toen ging dat nog zo dokter, de artsen konden niks doen, alles was ik had verdween met haar.’ Ze verloor haar man toen ze zelf 52 jaar was aan kanker en is daarna altijd alleen gebleven. Alleen met haar hondje, de kippen en fantastische buren, die zich om haar bekommeren. Vanuit Groenhuysen heeft de verpleegkundige thuiszorg geregeld, twee maal daags voor haar tabletjes en hulp bij het wassen en aankleden. Er komt sinds kort huishoudelijk hulp. Mw. valt tijdens gesprek regelmatig in herhaling: ‘had ik al verteld over mijn dochtertje dokter’ en telkens schieten de tranen in haar ogen. Ik realiseer me hoe verschrikkelijk de ziekte dementie is en wat het met je doet. Als ik patiënten met dementie spreek denk ik vaak aan wat er in het hoofd van deze mensen moet omgaan. Wellicht komt hun verdriet ook vaak naar boven, net zoals bij mw. Schoonhoven. Levenservaringen die verdriet, angst en gelukkig ook blijdschap opleveren. Foto’s doen het altijd goed en mw. Schoonhoven laat me een prachtige trouwfoto in zwart-wit zien. ‘Wat was ik mooi he dokter en mijn man, wat een plaatje.’ Op mijn vraag hoe ze nu naar zichzelf kijkt geeft ze treffend aan: ‘Tja dokter, een hoop rimpels en hersens als een zeef en zeg me niet dat het niet zo is’. We lachen samen en ik drink mijn thee. “Is de koffie sterk genoeg dokter?”. ‘De koffie is heerlijk mw. Schoonhoven, kan niet beter’. Ze knikt en tovert opnieuw haar glimlach op haar gezicht. Wat heb ik een prachtig vak.

Oneindig veel liefde

Oneindig veel liefde

De huid van haar gezicht is zo dun als perkament. De lijntjes en rimpels verraden een lang leven. Haar ogen kijken al 96 jaar deze wereld in. Een leven, ooit begonnen in een wiegje, met liefde omgeven. Nu, bijna een eeuw later opnieuw liggend, maar nu in een bed in ons verpleeghuis. Sinds 4 jaar woont Ina hier, omdat het in haar eigen huis niet meer ging. Ina is getroffen door Alzheimer, een ziekte die veel teweegbrengt in het leven van een mens. De eerste jaren heeft Ina nog thuis kunnen wonen. Toen kon ze zelf nog haar eten koken, zichzelf wassen en zelfstandig naar het toilet. Later kwam er thuiszorg, moest Ina worden geholpen met steeds meer dingen. Haar 6 kinderen wonen allemaal in de buurt en hebben geprobeerd moeder zolang als mogelijk thuis te houden. Maar op een dag ging het niet meer. Ina raakte ernstig in de war, ging dwalen binnen in huis en ook buiten op straat. Na veel wikken en wegen besloten de kinderen, met veel pijn in har hart, om moeder in het verpleeghuis te laten opnemen. Daar woont ze nu al jaren.

De Alzheimer heeft beetje bij beetje om zich heen gegrepen. Ina is veranderd volgens de kinderen, heel sterk verandert. Ze vertellen mij dat Ina toen zij klein waren een hele lieve moeder was, die met oneindig veel liefde en geduld voor haar kinderen zorgden. Een moeder die altijd na schooltijd zat te wachten op de kinderen met een kopje thee en iets lekkers. Een moeder die pleisters plakte op elke kapotte knie en elleboog, die haar kinderen bij zich in bed nam, als ze boze dromen hadden en in tranen wakker werden. Ina stond er vaak alleen voor. Haar man zat op de vaart en was soms maanden van huis. Ze deed het huishouden en de opvoeding van de kinderen zonder te klagen. Ze gaf haar kinderen mee dat liefde, gezondheid en geluk met geen geld te koop is. Tijdens de oorlog heeft Ina in het verzet gezeten. Ze drukte pamfletten en krantjes en bracht deze in het duister van de nacht rond. Ze bracht eten en drinken naar adressen waar zich onderduikers bevonden. Na de oorlog heeft ze hier weinig met de kinderen over gesproken. De meeste informatie over hun moeder tijdens de oorlog, hebben ze via familie en kennissen moeten vernemen. De liefde voor haar kinderen ontwikkelde zich door in de liefde voor haar klein- en achterkleinkinderen. Geen enkele verjaardag sloeg ze over. Met kerst zorgde ze voor heerlijk eten en met pasen verstopte ze eieren in de tuin voor de kleintjes en had geweldig veel lol om ze vervolgens samen met hen te zoeken.

De verpleging heeft me gevraagd even naar Ina te kijken. Ze eet en drinkt niet meer. Als ze haar drinken proberen te geven met een tuitbekertje, houdt ze haar lippen stijf op elkaar. De laatste maanden ligt Ina steeds vaker en langer op bed. Haar aangepaste rolstoel staat in de hoek van haar kamer. Tot voor kort werd ze met een tillift in de rolstoel gehesen. Sinds enkele dagen weigert ze. De kinderen staan om het bed. Maanden geleden zaten we ook bij elkaar: Ina, de kinderen, verpleging en ik. Samen spraken we over haar situatie, de achteruitgang van haar lichaam en van haar geest. We hadden vastgelegd dat Ina niet meer naar het ziekenhuis zou gaan en niet meer gereanimeerd zou worden. Als het haar tijd zou zijn, zouden we haar laten gaan.

Ik luister naar haar hartslag en longen. Haar ademhaling is rustig en zacht. Mooie ogen, met bijna een eeuw aan levenservaring staren me aan en het lijkt of Ina door me heen kijkt. Zoveel meegemaakt, zoveel liefde gegeven en nu bijna voltooid. Een krachtige vrouw, echtgenote, moeder, verzetsheldin, oma en grootoma gedurende haar lange leven. Een krachtige familie om haar heen, waarin de oneindige liefde van Ina weerspiegeld wordt.

Na twee dagen is Ina rustig overleden in haar slaap. Haar kinderen zijn om beurten bij haar gebleven. Haar zoon zei het treffend: ‘moeder is er altijd voor ons geweest, nu zijn wij er ook voor moeder. Haar liefde voor ons kende geen grenzen en zelfs de grens van de dood, zal haar en onze liefde niet stoppen.’

Dat is wat ik noem oneindige liefde.

Sandra

Sandra

Ze rennen over de gang van het hospice en roepen vrolijk naar iedereen die ze tegenkomen. Pieter is 6 en zijn zusje Sam 4. `Mama ligt bij nummer 6´, schreeuwen ze tegen iedere bezoeker die ze niet kennen, ´en je mag gewoon binnenlopen hoor´. Het speelgoed in de speelhoek vervult ze met vreugde en ik vind het mooi om hun hoge stemmetjes te horen in het hospice, dat toch vaak heel stil is. Sandra, de mama van Pieter en Sam is vorige week bij ons gekomen. Nog geen half jaar geleden werd een uitgezaaide borstkanker bij haar gevonden. Er volgde veel onderzoeken en chemotherapie. Het heeft niet opgeleverd wat ze had gehoopt. De ziekenhuisspecialist heeft aangeven dat het snel kan gaan. Ze is net zo oud als ik, 34 jaar. Onder haar kale hoofd stralen twee helderblauwe ogen. Als familie en vrienden langskomen gebruikt ze vaak een hoofdband. Bij ons doet ze het zonder en dit geeft haar een prima gevoel. Haar echtgenoot Johan komt dagelijks met de kinderen langs. Hij heeft zorgverlof gekregen van zijn baas. Hij ziet er moe uit, vooral als de kinderen even niet bij hem zijn, en in de speelhoek zich uitleven. Zodra ze terugkomen, tovert hij een ander gezicht van optimisme en vrolijkheid. Hij stoeit met ze, in de kamer, op het bed, in de gang en onze grote gezamenlijke huiskamer. ´Ik mag geen cola van papa en mama´ zegt Pieter, ´dat is slecht voor mijn tanden en dan word ik net zo ziek als mama´. De vrijwilliger geeft hem een glaasje ranja, dat hij slurpend opdrinkt met een rietje. Het glas is binnen enkele seconden leeg en hij zet het weer netjes neer in de keuken. ´Dank je wel voor het lekkere drinken, mag Sam ook?’. Met een nieuw glas ranja slingert hij over de gang, een spoor van druppels achterlatend op de vloer. De vrijwilliger gaat er met een zwabber achteraan en Pieter vindt het geweldig en lacht zoveel dat er een plas op de grond ontstaat. Ik zie het tafereel met een glimlach aan en bedenk me dan dat binnenkort Pieter en Sam niet meer zullen komen. Dat zij zonder mama verder moeten, dat hun papa zonder zijn vrouw verder zal gaan. Ik denk aan mijn twee dochtertjes van 3 en 1 jaar. Soms is het zo gemeen, zo oneerlijk. Als arts weet ik dat ziekte nooit geheel uit te sluiten is, maar als vader, man van, voelt het heel anders. Het gevoel van waarom bekruipt me in het hospice regelmatig en antwoorden blijven na al die jaren dat ik er werkzaam ben, nog steeds uit. Ik denk dat de antwoorden ook nooit zullen komen.

Twee weken later kom ik het hospice binnen en zie Pieter en Sam opnieuw op de gang. Ze hebben net een tosti gekregen in de huiskamer en Pieter heeft de ketchup op zijn neus zitten. Ik lach naar hem en noem hem clowntje Pieter. Hij schatert het uit. Mijn collega-verpleegkundige komt uit onze overlegruimte en kijkt me somber aan. Ze vertelt me dat het plotseling toch vrij snel achteruit gaat met Sandra. Ze reageert niet meer en ligt op bed. Samen gaan we bij haar langs. Sandra is stervende. Johan kijkt me aan en ik schud mijn hoofd. Hij gaat zitten en ik schuif een stoel naast de zijne. Voor de eerste keer zie ik hem huilen. Samen zitten we daar 5, 10, 15 minuten. ‘Hoe moet ik nu verder, dit kan toch niet, ik kan dit niet alleen’. Ik ben eerst stil, ik heb geen antwoord. Ik sla een schouder op hem heen en samen zijn we stil. De stemmetjes van Pieter en Sam klinken vrolijk op de gang en echoën wat na. We kijken elkaar aan en hij zegt ‘ik moet, ik zal, ik ga verder, al is het maar voor hen’. We halen Pieter en Sam erbij, de stilte maakt plaats voor geluid, maar het voelt goed. Even lijkt het, of is het zo, dat Sandra lacht. Er brand een kaarsje op het kastje naast haar bed, met een foto van het gezin; papa, mama, Pieter en Sam. Een foto van de vakantie. Sandra met haar blonde lokken en bruine gezicht. Pieter en Sam in zwembroekjes, ergens aan het strand. Dan ineens worden de kinderen stil, de kamer wordt stil, wij zijn stil. Sandra is stil.